Wat je brein leert van ‘doen alsof’. En waarom dat werkt, juist bij debatteren, pitchen en speechen

Stel: je oefent voor een pitch of speech. Of je moet een debat voeren over een ingewikkeld onderwerp.
Je staat in een zaaltje, een stuk of 15 mensen kijken naar je, je voelt wat spanning, maar je weet: dit is geen echt podium, het is gewoon een training of oefening. Toch presteer je daarna beter als het wél echt is. Hoe kan dat? Want je wéét dat je – bijvoorbeeld bij een debattraining – aan het oefenen bent en dat het op dát moment niet ‘voor het echie’ is maar toch interpreteert je lichaam en je brein die oefening als iets wat écht gebeurt.