Managers zeggen dat hun “deur altijd openstaat”. Tot een medewerker écht binnenkomt. Wat nu?

Bijna iedere manager, directeur of leidinggevende zegt het weleens tegen zijn medewerkers: “Mijn deur staat altijd open.”  Het klinkt goed. Toegankelijk. Menselijk. Je wilt immers dat medewerkers naar je toe komen wanneer ze ergens mee zitten, een idee hebben of gewoon een vraag willen stellen. Maar dan gebeurt er iets onverwachts. Ze komen daadwerkelijk binnen. HELP! De paniek slaat toe.

Soms blijkt die open deur dan ineens een stuk minder comfortabel dan gedacht. Want die medewerker stelt niet alleen een vriendelijke vraag. Hij vraagt waarom een besluit is genomen. Zij begrijpt de gekozen koers niet. Iemand zet vraagtekens bij een verandering binnen de organisatie. Of een medewerker zegt simpelweg: “Ik ben het hier niet mee eens. Kun je mij uitleggen waarom we dit doen?”

Dan moet je als leidinggevende wel een antwoord hebben. Hoe bereid je je daarop voor?