We doen het allemaal weleens. Je wilt iemand overtuigen en zegt: “Geloof me, dit is echt zo.” Het klinkt krachtig. Zelfverzekerd zelfs. Maar als je goed luistert, gebeurt er iets opvallends: er wordt op dat moment vaak helemaal geen argument gegeven.
Een mooi voorbeeld zagen we onlangs in een linkedin charles groenhuijsen geloof me. Hij schreef over het Nederlandse politieke systeem en vergeleek dat met dat van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Zijn conclusie:
“Geloof me, het [Nederlandse systeem] is echt veel beter.”
En precies bij die woorden (‘Geloof me’) moet bij een goede debater een klein alarmbelletje afgaan.

Waarom ‘geloof me’ géén argument is
Groenhuijsen weet zonder twijfel veel van de Amerikaanse politiek. Hij heeft jarenlang in de Verenigde Staten gewerkt en geldt voor veel mensen als deskundige. Maar juist daar zit de valkuil.
De redenering bij zijn luisteraars of volgers wordt al snel:
Charles Groenhuijsen heeft veel verstand van Amerika. Charles Groenhuijsen zegt dat het Nederlandse systeem beter is. Dus het Nederlandse systeem zal wel beter zijn.
Dat noemen we een beroep op autoriteit. De status, kennis of reputatie van degene die iets zegt, wordt gebruikt als vervanging voor het argument zelf. Maar…. ook een deskundige moet zijn bewering onderbouwen.
- Waarom is het Nederlandse systeem beter?
- Omdat het representatiever is?
- Omdat er meer politieke partijen zijn?
- Omdat de macht anders verdeeld is?
- Omdat kiezers meer invloed hebben?
Zonder die onderbouwing blijft er uiteindelijk vooral over: geloof mij maar. En dat is precies waar jij tijdens een debat, vergadering of gesprek alert op moet zijn. Dit gebeurt namelijk vaker dan je denkt. En precies op dát moment kun je ’toeslaan’ in een debat.
De door Charles Groenhuijsen gebruikte drogreden heet een beroep op autoriteit — in het Latijn: argumentum ad verecundiam. In dit geval zit die in de formulering “geloof me”: de lezer wordt gevraagd iets aan te nemen omdat de spreker deskundig of gezaghebbend is, zonder dat op dat moment een inhoudelijk argument wordt gegeven.
Luister niet alleen naar wát iemand zegt
Goede argumentatie draait namelijk niet alleen om mooie woorden, overtuigingskracht of zelfvertrouwen. Het draait om de vraag: waarom zou ik dit moeten geloven?
Wanneer iemand zegt: “Iedere expert weet dit”, “Iedereen begrijpt toch dat…” of simpelweg “Geloof me”, kun je jezelf één eenvoudige vraag stellen: Welk argument krijg ik hier eigenlijk?
Dat soort scherp luisteren kun je trainen. En ook weten hoe je dan kunt reageren.
Bij Dé Nederlandse Debatclub in Amsterdam oefenen we precies daarmee: argumenten herkennen, drogredenen ontdekken, sneller reageren en overtuigender formuleren. Niet om ieder gesprek te ‘winnen’, maar om sterker te worden in hoe je denkt, luistert en spreekt. Want soms zijn slechts twee woorden genoeg om extra alert te worden: Echt, geloof me.
Train deze vaardigheden
Spreken in het openbaar, pitchen, speechen, argumenteren, debatteren, (jezelf) presenteren, alert reageren en de kunst van het overtuigen. We trainen in allerlei formats tijdens onze clubavonden in Amsterdam.
Wil je een keer meedoen? Of, meld je aan voor een beginnerstraining.
Die organiseren we regelmatig.




